Voyages et vacances en Ecosse avec Rabbie's
Alejese de las multitudes con las excursiones y los viajes por Escocia de Rabbie's
Entkommen Sie den Massen mit Rabbie's
Rabbie's English Home Page
Visitate la Scozia con i viaggi e le gite di Rabbie's
Laat de drukte achter met Rabbie's Schotland Reizen en Tours
Koppla av och njut av Skottlands underbara natur och Vyer

DISCOVER THE SECRETS OF SCOTLAND 
Home Snelle Reisgids Feedback & Blog Clan Finder Specials & Offers News Rabbie's Awards Agents & Affiliates Barcelona Tours Site Map

 
rabbies
rabbies
rabbies
rabbies
rabbies
Rabbie's Awards
bullet point Rabbie's Trail Burners Ltd.
207 High Street
Edinburgh
EH1 1PE
Scotland.
bullet point Tel: +44(0) 131 226 3133
bullet point Fax: +44(0) 131 225 7028
bullet point email: info@rabbies.com
bullet point Company registered in Scotland no. SC164516 at 23 Old Fishmarket Close, Edinburgh, EH1 1RW.
 
  De geschiedenis van Schotland - Een beknopt overzicht

Schotland in de prehistorie

Het is bekend dat Schotland al circa 6000-8000 jaar bewoond is, met opeenvolgende golven van kolonisten en indringers. Kelten uit het noordwesten van Europa arriveerden rond 500 v.Chr. Zij werden door de later binnenvallende Romeinen Britten genoemd. Deze tijdelijke veroveraars noemden het land ten noorden van de lijn van de Forth and Clyde Caledonië, maar noemden de noordelijke stammen Picten. Al deze benamingen worden vandaag de dag nog steeds gebruikt in de beschrijving van de vroege geschiedenis van Schotland. De naam Schotland is ontleend aan de Scoti, een andere Keltische stam die in de 5e en 6e eeuw uit Ierland was overgestoken en zich aan de westkust vestigde in wat vandaag Argyll heet. Ze waren talrijk genoeg om het koninkrijk van Dalriada te stichtten. De taal die zij spraken was het Gaelisch.

Tegen de tijd van de onafhankelijkheidsoorlogen

De eerste duizend jaren voor Christus verhalen over oorlogen die de volkeren van Schotland - Schotten, Picten, Britten en Angelen - langzaam maar zeker bijeenbrachten. Rond 843 v.Chr. was een verenigd Schots/Pictisch koninkrijk gevormd. In 1018 werden de Noordengelsen verslagen in de slag van Carham en werd bepaald dat de rivier de Tweed de grens zou zijn. Tegen 1034 werden de Britten van Strathclyde aan het grotere koninkrijk toegevoegd, waardoor dit bijna dezelfde omvang kreeg als het Schotland van nu.

In 1070 trouwde koning Malcolm III met Margaret, kleindochter van Eduard de Belijder van Engeland. Dit was één van de vele gelegenheden waarbij de koninklijke huizen van Engeland en Schotland door een huwelijk verbonden werden.

Normandische invloed (nadat de Normandiërs Engeland veroverd hadden) spreidde zich langzaam uit tot Schotland en Anglo-Normandische families, met namen zoals Graham of Bruce, vestigden zich daar. In 1286 leidde de dood van koning Alexander III tot een troonopvolgingscrisis in wat voor Schotland tot dan toe probleemloze en welvarende tijden waren geweest. Vanwege de nauwe huwelijksbanden tussen Engeland en Schotland werd Eduard I van Engeland gevraagd te bemiddelen in het dispuut. Hij koos een vazalkoning, maar viel in 1295 Schotland binnen. William Wallace, de eerste vrijheidsstrijder van Schotland, versloeg de bezetters in 1297 bij Stirling Bridge. Zijn leger werd echter het jaar daarop verslagen. Robert the Bruce (koning Robert I) liet zich in 1306 bij Scone tot koning kronen. Zijn campagne leidde uiteindelijk tot de slag bij Bannockburn in 1314, toen de Engelse strijdmacht uit Schotland werd verdreven. In 1320 ondertekenden de Schotten een onafhankelijkheidsverklaring bij Arbroath Abbey.

De koningen uit het huis Stewart

In het verdrag van Northampton in 1328 werd de onafhankelijkheid van Schotland eindelijk door Engeland geaccepteerd, maar de dood van koning Robert I in 1329 leidde tot alweer een troonopvolgingscrisis - een thema dat in de geschiedenis van Schotland herhaaldelijk terugkomt. De dynastie van de Stewarts die daarop volgde werd gekarakteriseerd door koningen die ofwel te jong stierven, te zwak waren of fatale militaire vergissingen maakten. De komende tweehonderd jaar werd het Schotse koninkrijk verscheurd door onmin tussen de machtige partijen en aangetast door overwinningen door Engelse strijdkrachten: bij Dupplin Moor in 1332, Halidon Hill in 1332 en naar aanleiding van een Franse alliantie bij Neville's Cross in 1346. De Schotse koningen David II en Jakobus I brachten beide een tijd in gevangenschap in Engeland door. Jakobus II was betrokken bij interne moeilijkheden met de machtige familie Douglas en werd later gedood bij het beleg van Roxburghe Castle in 1460. Jakobus III onderwierp de Heren van de Eilanden (Clan Donald) maar werd in 1488 door opstandige edellieden vermoord. Jakobus IV, vaak beschouwd als de beste koning uit het huis van de Stewarts, heerste met wijsheid. Hij vernieuwde echter een Franse alliantie en het was in hun naam dat hij de wapens tegen Engeland opnam. Als gevolg daarvan leed Schotland in 1513 bij Flodden haar zwaarste nederlaag tegen Engeland.

Franco-Schotse banden bleven tot in de 16e eeuw bestaan: koning Jakobus V sloot twee Franse huwelijken en bleef Frankrijk steunen. Het gevolg was een andere Schotse nederlaag, dit keer bij Solway Moss in 1542. Het laatste gevecht van de nationale strijdkrachten vond in 1547 plaats, toen de Schotten bij Pinkie een nederlaag leden - het hoogtepunt van een bloedige campagne die bekendstaat als "the Rough Wooing" (de woeste hofmakerij). Dit was een poging van de Engelse koning Hendrik VIII om zijn jonge zoon uit te huwelijken aan de nog jongere Mary, Queen of Scots, en zodoende de twee koninkrijken te verenigen.

Mary, Queen of Scots was waarschijnlijk de meest geruchtmakende historische persoon in de geschiedenis van Schotland en stond centraal in een opstandige periode: de Hervorming. John Knox was een van de voornaamste hervormers. Hij nam deel aan de anti-Franse anti-paapse revolutie en zou later de minister-generaal van Edinburgh worden. Mary was de moeder van koning Jakobus VI. Via de bloedbanden met het Engelse koningshuis die eeuwenlang gehandhaafd bleven (koning Jakobus IV trouwde bijvoorbeeld met Margaret Tudor, zuster van koning Hendrik VIII van Engeland) erfde Jakobus het koningschap over Engeland in 1603. Hij werd koning Jakobus I van Engeland en omdat hij dit regeringsambt veel lonender vond, verhuisde hij naar het zuiden. Hij keerde slechts eenmaal naar Schotland terug, en wel in 1617.

Zowel Schotland als Engeland werd in de 17e eeuw geteisterd door religieuze oorlogen. Nadat koning Karel I in 1637 had geprobeerd episcopaalse praktijken in de presbyteriaanse kerk te introduceren, ondertekenden vele Schotten het Grote Covenant als teken van verzet. Zij werden de Covenanters (Schotse hervormers) genoemd. De Schotse steun voor koning Karel II leidde echter tot de invasie en bezetting door de parlementaire strijdmacht van Oliver Cromwell van 1650 tot 1660. Verzet en wreedheid tegen de Covenanters hield aan van 1660 tot 1690, de hele duur van de heerschappij van koning Jakobus VII (II van Engeland).

De jakobieten

Aan de wreedheid jegens de Covenanters kwam pas met de Engelse opstand tegen Jakobus VII/II een einde, toen zijn dochter Mary en haar protestantse echtgenoot Willem van Oranje werden uitgenodigd de Britse troon over te nemen als reactie op de katholieke principes van Jakobus VII/II. De heerschappij van Willem en Mary vestigde een nieuwe religieuze tolerantie en het laatste verzet van de Stewarts werd beëindigd in de slag bij Killiecrankie (1689), waar hun generaal Graham van Claverhouse (Bonnie Dundee) werd gedood. Toen Jakobus VII/II naar Europa vluchtte, kregen zijn volgelingen de naam jakobieten. De Hooglandse clans, van wie velen net als de onttroonde koning katholiek waren, werden gezien als een potentiële bron van instabiliteit, een broeinest van jakobitisme. (Dit was niet alleen een Schotse beweging, ook katholieke naties zoals Frankrijk en Spanje waren betrokken bij dit politieke spel dat zich over heel Europa uitstrekte). Clans werden gedwongen een eed van trouw te zweren en de traagheid waarmee een van de takken van MacDonalds reageerde, leidde tot de massamoord van Glencoe in 1692.

De eerste grote jakobitische opstand vond plaats in 1715, onzeker geleid door de graaf van Mar ("Bobbin John" genoemd vanwege zijn gewoonte om tijdens zijn politieke carrière van partij te wisselen). Dan was er de kleine opstand in 1719, tijdens welke Eilean Donan Castle in een bombardement door de Britse marine werd vernietigd en diverse Spaanse troepen in het nabij gelegen Glen Shiel werden verslagen. Uiteindelijk vond de rampzaligste opstand voor de Hooglanders plaats in 1745. De opstand van 45 werd geleid door prins Karel Eduard Stuart, kleinzoon van koning Jakobus VII.

Deze jakobitische episoden luidden voor Schotland een meer handelsgericht tijdperk in. Geïnspireerd door de overzeese handelssuccessen van Engeland, besloten de Schotten een overzeese kolonie te stichten. Engeland was echter bang voor concurrentie en stond hier onwelgevallig tegenover. Dit was het tot mislukken gedoemde Darien-plan, dat de bedoeling had een Schotse kolonie te stichten op de landengte van Panama. Toen de expeditie in 1698 met grote moeilijkheden te kampen had, verbood Engeland al haar koloniën in de buurt te helpen en stond zij toe dat het Spaanse leger de Schotten aanviel. De kolonie werd verlaten. Zowel kleine kooplieden als de adelstand hadden grote bedragen in het plan geïnvesteerd en het mislukken ervan bracht Schotland op de rand van faillissement.

In de tussentijd leidde de regeling van één monarch (in Londen) en twee parlementen (Londen en Edinburgh) tot een onhoudbare situatie. De Schotten waren het niet eens met de besluiten over de kroonopvolging die door het Engelse parlement werden genomen en dreigden de koning uit het huis van Stewart terug te roepen, die in Europa wachtte. Engeland reageerde met economische sancties. Het straatarme Schotland had vrije handel nodig. Engeland, betrokken in een oorlog met Frankrijk, kon het zich niet veroorloven een pro-jakobitische buur (m.a.w. die vóór Frankrijk was) aan de noordelijke grens te hebben. Het resultaat was de Treaty of Union. Voor het geval dat de Schotten dit verdrag niet zouden accepteren, werden bij Newcastle nabij de Schotse grens Engelse troepen gestationeerd, onder aanvoering van generaal Wade. Zo verloor Schotland in 1707 haar onafhankelijkheid. Het Schotse parlement werd ontbonden maar voor het Engelse parlement bleef alles bij het oude, met als enige uitzondering dat er nu ook een Schotse vertegenwoordiging was.

Zoals reeds eerder gezegd was dit een periode van jakobitische opstand, zelfs nadat de twee naties waren verenigd. Toen de Jonge Ridder - prins Karel Eduard Stuart oftewel Bonnie Prince Charlie - in 1745 in Schotland arriveerde, verzamelde hij een leger dat hoofdzakelijk uit Hooglanders bestond en leidde hij dit zuidwaarts tot aan Derby in Engeland. Schotland concentreerde zich echter steeds meer op de handel en vele Schotten zagen de interessen van de prins als een bijzaak. Nadat hij bij de slag van Culloden was verslagen, een strijd tussen het leger van de Britse regering (voor wie vele Schotten vochten) en hoofdzakelijk Hooglandse jakobieten, besloten de autoriteiten dat het tijd was om de Hooglandse levensstijl voorgoed te veranderen.

Naar het moderne Schotland

Het gevolg was dat de Hooglandse kledij en het dragen van wapens jarenlang verboden bleef.

Met de ontbinding van het clanstelsel namen vele nieuwe landheren en landeigenaars in de Hooglanden het heft in eigen handen. Zij introduceerden nieuwe economische maatregelen, waaronder de regel dat schapen voortaan wijdverspreid mochten grazen. Vele clansleden emigreerden naar de Nieuwe Wereld. Rond het begin van de 19e eeuw werd schilderachtig landschap als gevolg van de Romantische periode plotseling echter bijzonder gewaardeerd. Het beeld van de wilde Hooglander onderging een "gedaanteverwisseling", hetgeen verder werd aangemoedigd door het werk van auteurs zoals Sir Walter Scott. De Hooglanden kregen het uiteindelijke zegel van goedkeuring toen koningin Victoria besloot om aldaar haar zomerverblijf te kiezen: Balmoral in Deeside.

De Hooglanden werden een populaire speelplaats voor de rijken, met uitgestrekte gebieden die als een soort van reservaat voor herten werden aangewezen. Dit was een belangrijke factor in de ontruiming van de Hooglanden, een reeks wrede verdrijvingen die verspreid over de hele Hooglanden plaatsvonden, van Perthshire tot Sutherland en Skye, de westelijke eilanden en zelfs Shetland. Achter deze ontworteling en wereldwijde verspreiding van de Hooglanders lagen economische redenen van de landeigenaars: schapen waren meer winstgevend dan huurders, terwijl het voor de jachtgebieden belangrijk was dat de edelherten ongestoord door landbouw en veehouderij konden leven.

Terwijl de Hooglanders uit de landerijen van de landheren werden verdreven, vond in de Laaglanden van Schotland een soort van revolutie plaats. Culloden en de onderdrukking van de jakobieten hadden het Britse regeringssysteem en de op handel gerichte economie veiliggesteld en dit leidde tot een bloei in industrie, innovatie en overzeese uitbreiding. Naarmate het Britse Rijk zich verder over de aardbol uitstrekte, nam ook de groei in de thuislanden toe en steden zoals Glasgow en Dundee zagen een bevolkingsexplosie. Groot-Brittannië werd het eerste geïndustrialiseerde land ter wereld en Schotland stond hierin voorop. Glasgow en de Clyde-vallei werden al snel de machinekamer van het Britse Rijk, beroemd om haar staal- en ijzerfabrieken en vooral de scheepsbouw. Dundee werd het wereldcentrum van de jute-industrie en Perth het thuis van Schotse whisky en wolververijen. Het was echter de hoofdstad van Schotland die de grootste veranderingen zou zien. De bevolking van de stad, die tot nu toe in de Royal Mile was samengepakt, spreidde zich in elke richting uit. Er stroomde meer en meer geld de stad binnen en ten noorden van de oude stadswijken ontstond de New Town. Vanwege de toevloed van intellectuelen kreeg Edinburgh de naam 'Het Athene van het Noorden'. Deze periode zou later bekendstaan als de 'Verlichting', en Edinburgh werd wereldwijd erkend als een belangrijk centrum van de wetenschap, vooral op het gebeid van geneeskunde.

Tegen 1900 bevond Groot-Brittannië zich op het toppunt van haar macht, met meer dan een kwart van de wereld onder haar vlag, de Union Jack. Industriële productie in Schotland bereikte haar piek, en 2 van elke 3 schepen die over de zeeën vaarden waren op de scheepswerven van Clyde gebouwd. In de Hooglanden hadden verbeteringen een einde gemaakt aan de gehate uitdrijving. Het leek alsof er niets verkeerd kon gaan, maar aan de horizon pakten zich zwarte wolken samen.

De Schotten, en vooral de Hooglanders, stonden sinds jaar en dag bekend als een strijdlustig volk en toen het land in de ellende van de Eerste Wereldoorlog werd gesleept, waren het wederom de Schotten die voor koning en vaderland de wapens ter hand namen. Schotten uit elke hoek van het land schreven zich bij hun plaatselijke regimenten in en werden naar de slachtpartijen aan het westelijke front gestuurd. Het Schotland dat uit de wapenstilstand van 1918 oprees, was in elk opzicht een ander land.

Na 250 jaar lang door Londen gedomineerd te zijn, geloofden sommige Schotten dat het tijd was om zich te ontdoen van de Engelse boeien en een volledig onafhankelijk Schotland te creëren, zoals dat ook in Ierland was gebeurd. Het merendeel geloofde echter nog steeds in het concept van Groot-Brittannië en de vereniging met Engeland. Na de Tweede Wereldoorlog viel het industriële verval in Schotland samen met de val van het Britse Rijk: fabrieken en scheepswerven werden gesloten en werkloosheid steeg tot ongekende hoogten. Meer en meer Schotten eisten onafhankelijkheid of minstens een zekere vorm van decentralisatie. Toen er tegen het einde van de jaren zestig olie in de Noordzee werd aangeboord en Groot-Brittannië zich in 1973 bij de EEG aansloot, leken Schots nationalisme en onafhankelijkheid een haalbaar concept. In 1978 vroeg de Labour-regering het volk van Schotland in een referendum of zij een gedecentraliseerde regering wenste. Het scheelde maar een haar, maar er waren nog steeds niet voldoende stemmen om de sprong te wagen. Na 18 jaar conservatief regeringsbestuur vanuit Londen waren vele Schotten van mening dat hun burgerrechten hen tot op zekere hoogte waren ontnomen. Hoewel Schotland na elke verkiezing opnieuw een minderheid aan conservatieve ministers naar haar 72 kiesdistricten stuurde, werd zij nog steeds door een conservatieve regering geregeerd. Na haar verkiezingsoverwinning in 1997 hield de nieuwe Labour-regering wederom een referendum waarin de Schotten gevraagd werd of zij een gedecentraliseerd parlement wensten. Deze keer sprak Schotland overduidelijk haar voorkeur uit en in 1999 opende de koningin het eerste parlement van Schotland in bijna 300 jaar. Schotland blijft een integraal deel van het Verenigd Koninkrijk, maar de meeste plaatselijke beslissingen worden nu in plaats van in Londen in het hartje van Edinburgh genomen.

Controleer Beschikbaarheid en Boek Online
Choose Tour and Month....
bullet point
bullet point
bullet point
 
 
...or Available Tours by Date
bullet point
bullet point
 
 
 

Special Offers in May/June 2008 -
Isle of Skye 3 Day Tour - many from £89
Whisky Coast 8 Day Island Adventure - 1st June from £269
Escape to the Highlands and Islands away from the crowds.

New for 2008 - Whisky Coast 8 Day Island Hopping Adventure
Enjoy Scotland's rich and unique natural larder and experience a holiday of a lifetime on Arran, Islay, Mull and Skye.

Rabbie's Tales from the Trails
Click here to read the Spring Edition of our newsletter Tales from the Trails - news views and photographs from Rabbie's.
 
Rabbie's Video
Rabbie's Video Jobs at Rabbie's Rabbie's Clan Finder
Flavours of Scotland